Post | oktober 2026 | 1 min lezen
Samen maken we kunst: dit verandert er in de nieuwe subsidieregeling

Van muziek en theater tot dans, beeldende kunst en andere vormen van amateurkunst: cultuur maken we samen. En daar kan jouw vereniging of stichting ook de komende jaren ondersteuning voor krijgen.
De gemeente Apeldoorn heeft de subsidieregeling voor amateurkunst op een aantal punten vernieuwd. Goed om te weten als jouw organisatie subsidie wil aanvragen voor 2027 tot en met 2030.
De regeling biedt nieuwe mogelijkheden, bijvoorbeeld omdat ook stichtingen subsidie kunnen aanvragen en er meer ruimte is voor leden en deelnemers die buiten Apeldoorn wonen.
Benieuwd wat er precies verandert en wat dit betekent voor jouw organisatie? We zetten de belangrijkste punten voor je op een rij.
- Ook stichtingen kunnen nu subsidie aanvragen. Voorheen was dit alleen mogelijk voor verenigingen.
- Je vraagt meteen subsidie aan voor vier jaar. Daarom maak je een begroting en activiteitenoverzicht voor 2027 t/m 2030. Een realistische inschatting is voldoende.
- Het aantal leden bepaalt niet meer rechtstreeks de hoogte van de subsidie. Het beschikbare budget wordt verdeeld over de organisaties die een aanvraag indienen.
- Ook organisaties met leden of deelnemers van buiten Apeldoorn kunnen subsidie krijgen. Woont minimaal de helft in Apeldoorn, maar minder dan twee derde? Dan ontvang je de helft van het subsidiebedrag.
- Er zijn een aantal voorwaarden. Zo moet je organisatie statutair in Apeldoorn gevestigd zijn, amateurkunst uitvoeren of stimuleren en ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel.
Veel vragen over de nieuwe regeling
Tijdens de bijeenkomst van Cultuurvuur van Platform Amateurkunst (PLAK) konden deelnemers hun vragen over de nieuwe subsidieregeling rechtstreeks aan Gavin Treep van gemeente Apeldoorn stellen. Daar werd volop gebruik van gemaakt.
Wil je weten wat de regeling voor jouw vereniging of stichting betekent of hoe je subsidie aanvraagt? Bekijk dan de actuele informatie en voorwaarden op de website van de gemeente Apeldoorn.


